AOW-leeftijd in 2023 niet omhoog

6 november 2017 – De AOW-leeftijd blijft in 2023 67 jaar en 3 maanden, gelijk aan die van 2022. Het is voor het eerst sinds 2013 dat de AOW-leeftijd niet stijgt. Dat heeft de ministerraad besloten op voorstel van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Dit naar aanleiding van de nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat de levensverwachting minder is gestegen dan verwacht. Daarom blijft de AOW-leeftijd in 2023 gelijk aan die in 2022. Het CBS berekende dat Nederlanders die in 2023 65 jaar zijn, naar verwachting nog 20,5 jaar leven. Vorig jaar stelde het statistiekbureau de levensverwachting voor deze groep nog op 20,7 jaar.

Een eventuele verhoging van de AOW-leeftijd wordt jaarlijks bekeken op basis van de levensverwachting. Een verhoging moet vijf jaar van de voren worden gemeld, zodat mensen tijd hebben om aanvullende maatregelen te nemen zoals extra sparen of het afsluiten van een verzekering waarmee men eerder kan stoppen met werken.

Om de AOW ook in de toekomst betaalbaar te houden, besloot het kabinet in 2012 de AOW-leeftijd in etappes te verhogen. Voor het komend jaar is de AOW-leeftijd vastgesteld op 66 jaar en in de drie jaar daarna komt daar jaarlijks vier maanden bij. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Vorig jaar stelde het kabinet de AOW-leeftijd voor 2022 vast op 67 jaar en drie maanden.

Door: Redactie Ambtenarensalaris