Flexwerkers grotere kans op armoede
17 november 2016 – Flexwerkers hebben drie keer zoveel kans op armoede en werkloosheid als werknemers met een vast contract. Dat meldt de NOS naar aanleiding van het vandaag verschenen rapport ‘Flexibiliteit op de arbeidsmarkt’ van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB waarschuwt dat laagopgeleiden het grootste risico lopen. “De voordelen slaan elders neer dan waar de pijn wordt gedragen”, stelt het rapport.
In Nederland hebben vier van de tien werkenden geen vast contract. Dit geldt vooral voor laagopgeleiden. Dat aantal is in Nederland veel hoger dan in andere landen. Dat is het gevolg van Nederlandse wet- en regelgeving, zegt het CPB. Het planbureau komt met aanbevelingen aan de politiek om dit groeiende probleem aan te pakken.
Wetten helpen niet
Nieuwe wetten om het aantal flexbanen en schijnzelfstandigheid terug te dringen helpen vooralsnog niet. “We moeten niet te veel verwachten van de wet werk en zekerheid en DBA die minister Asscher heeft ingevoerd”, zegt Daniel van Vuuren van het CPB. Die wet kwam er in 2015 juist om de positie van flexwerkers te versterken. “Deze regels zijn een begin, maar pakken het probleem niet fundamenteel aan.”
Volgens Van Vuuren zou het helpen als het vaste contract wordt versoberd, zodat het makkelijker wordt om iemand te ontslaan. Daarmee herverdeel je volgens hem de risico’s, zodat niet alleen maar laagopgeleiden de dupe zijn. “Maar dat is en blijft een politieke keuze.”
Buitenbeentje
Het is niet de eerste keer dat het CPB de noodklok luidt over het arbeidsmarktbeleid. Eerder al zei het planbureau dat Nederland wereldwijd een buitenbeentje wordt met het groeiende aantal flexwerkers.
Tachtig tot negentig procent van de mensen die op een flexcontract werken, wil eigenlijk liever een vast contract. Dat komt omdat werknemers met een flexcontract vaak sociaal minder goed beschermd zijn. Ook is het pensioen minder goed geregeld en is het vaak moeilijker om een huis te kopen.
Door: Redactie Ambtenarensalaris