Wat is een keuzepensioen?
Werkt u bij de overheid, dan bouwt u pensioen op bij ABP. U kunt uw pensioen bij ABP laten ingaan vanaf uw 60e tot 5 jaar na uw AOW-leeftijd. U kunt er ook voor kiezen om gedeeltelijk met pensioen te gaan of tijdelijk een hoger of lager pensioen te ontvangen. Deze keuzes heeft ABP ondergebracht in het ABP KeuzePensioen. Gaat u met pensioen, dan ontvangt u ABP OuderdomsPensioen of ABP KeuzePensioen.
Eerder of later met pensioen
U kunt gebruikmaken van het ABP KeuzePensioen als u na 1949 bent geboren. Dit pensioen biedt u de mogelijkheid eigen keuzes te maken over uw pensioen. Zo bepaalt u zelf wanneer u met pensioen gaat. De ingangsdatum moet liggen tussen uw 60e en 5 jaar na uw AOW-leeftijd. Kiest u ervoor eerder met pensioen te gaan, dan is uw pensioen lager dan wanneer u later met pensioen gaat. Het moment dat u met pensioen gaat, kiest u zelf. Hou hierbij wel rekening met de gevolgen van een lager pensioen als u ervoor kiest om eerder te stoppen met werken.
Geheel of gedeeltelijk met pensioen
Wilt u wel blijven werken, maar niet meer volledig, dan kunt u vanaf uw 60e ook gedeeltelijk met pensioen gaan. Tot u volledig met pensioen gaat, bouwt u dan alleen nog pensioen op over de uren dat u nog werkt.
Meer of minder pensioen
Het ABP KeuzePensioen geeft u de mogelijkheid om eerst een hoger en later een lager pensioen te ontvangen. Of andersom. Ook kunt u kiezen voor een gelijkblijvend inkomen voor en na uw AOW-leeftijd.
U kunt uw KeuzePensioen verhogen door het nabestaandenpensioen er geheel of gedeeltelijk aan toe te voegen. U bouwt bij ABP nabestaandenpensioen op ongeacht of u een partner heeft of alleenstaand bent. Bent u alleenstaand, dan voegt ABP het nabestaandenpensioen automatisch toe aan uw pensioen. Heeft u een partner, dan maakt u deze keuze samen. De mogelijkheid voor het verhogen van het pensioen met het nabestaandenpensioen, geldt alleen voor het nabestaandenpensioen dat u heeft opgebouwd na 1 juli 1999. Andersom, het verhogen van uw nabestaandenpensioen met (een deel van) uw ouderdomspensioen, kan als u voor 2018 pensioen heeft opgebouwd. Pensioen dat u vanaf 2018 opbouwt kunt u niet meer aan het nabestaandenpensioen toevoegen.
Geen ABP Keuzepensioen
In enkele gevallen kunt u geen gebruikmaken van het ABP KeuzePensioen. Bent u ontslagen en ontvangt u een ontslag- of werkloosheidsuitkering (WW), dan kunt u geen ABP KeuzePensioen opnemen. Dit geldt ook als u een ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen ontvangt.