Wat houdt de regeling professionalisering en duurzame inzetbaarheid voor het primair onderwijs in? - Ambtenarensalaris.nl

Bij Ambtenarenlening kunnen ambtenaren geld lenen tegen de laagste rente. Bijvoorbeeld voor een verbouwing of een auto.

Wat houdt de regeling professionalisering en duurzame inzetbaarheid voor het primair onderwijs in?

Hoofdstuk 9 van de cao PO is gewijd aan professionalisering en duurzame inzetbaarheid (PDI). Dit hoofdstuk heeft in de cao PO 2024 – 2025 de hoofdstukken 8A en 9 uit voorgaande cao’s vervangen. Dit hoofdstuk onderschrijft het belang van ruimte voor medewerkers om zich te blijven ontwikkelen (professionalisering) en gezond aan het werk te blijven (duurzame inzetbaarheid). Hiervoor ontvangen alle medewerkers jaarlijks een PDI-budget van 123 uur op basis van een fulltime baan (voorheen 40 uur duurzame inzetbaarheid en 83 uur professionalisering). Daarnaast ontvangen leraren  (OP) en OOP’ers 525 euro (per 1 januari 2025), naar rato van het dienstverband. In overleg met de werkgever wordt bepaald hoe en wanneer de medewerker de uren en het geld wil besteden, passend bij de bestedingsdoelen die in de cao zijn geformuleerd (CAO PO 9.4, lid 5).

Bestedingsdoelen PDI-budget

De bestedingsdoelen voor het PDI-budget staan in hoofdstuk 9.4, lid 5:

  • activiteiten die bijdragen aan het bijhouden van de vakbekwaamheid en professionele ontwikkeling;
  • activiteiten die helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen;
  • activiteiten die bijdragen aan de (duurzame) inzetbaarheid van de werknemer waardoor de werknemer breed inzetbaar en aantrekkelijk blijft voor de interne en externe arbeidsmarkt.

Sparen

Je mag het PDI-budget (geld en/of uren) in overleg met je werkgever drie jaar opsparen. Dit wordt schriftelijk vastgelegd.

Uit dienst

Ga je uit dienst en heb je nog gespaard budget in uren over, dan mag dit alleen worden uitbetaald als je uit dienst treedt op initiatief van de werkgever. Kies je er zelf voor om weg te gaan, dan vindt er geen uitbetaling plaats.

Extra PDI-budget voor startende leraren (hoofdstuk 9.5)

Werk je minder dan drie jaar als leraar in het primair onderwijs, dan ontvang je naast het PDI-budget van 123 uur een zogenaamd inductiebudget van 40 uur per jaar. Ook dit inductiebudget geldt naar rato van je dienstverband. Begin je dus net als leraar dan ontvang je de eerste drie jaar 40 extra uur om te besteden aan professionalisering en duurzame inzetbaarheid. Je kunt deze uren bijvoorbeeld gebruiken om de werkdruk voor startende leraren te verlichten. Ook over de besteding van het inductiebudget maak je afspraken met je leidinggevende.

Extra PDI-uren voor oudere werknemers (hoofdstuk 9.6)

Vanaf 57 jaar tot het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd hebben medewerkers recht op een extra PDI-budget van 130 uur, bovenop de standaard 40 uur. Deze uren kun je gebruiken voor dezelfde doelen als de standaard 40 uur, maar je  mag ze ook gebruiken voor het opnemen van verlof, zoals een sabbatical, extra zorgverlof of recuperatieverlof. Kies je ervoor deze uren in te zetten voor verlof, dan betaal je daar een eigen bijdrage over (40 procent tot en met schaal 8 en 50 procent vanaf schaal 9). Als je het extra PDI-budget van 130 uur gebruikt voor verlof, dan mag je ook de algemene 40 uur voor verlof inzetten. De eigen bijdrage geldt niet voor de 40 uur uit het algemene budget.

Oudere medewerkers mogen 5 jaar lang zowel de 130 extra PDI-uren als 40 uur uit het standaard PDI-budget opsparen op basis van een vooraf ingediend plan. Hiervan mag je, naar rato van je dienstverband, maximaal 340 uur per jaar aan verlof opnemen.

Het verlof uit het PDI voor oudere werknemers mag niet gezien worden als een regeling voor vervroegde uittreding. Daarom moet je bij de opname van het PDI voor oudere werknemers altijd minstens 50 procent blijven werken van het aantal uur dat je voorafgaand aan het verlof in dienst was.

Professionaliseringsbudget en registratie directie

Ben je werkzaam als directielid in het primair onderwijs in schaal A11 t/m A13 of D123 t/m D15, dan heb je recht op een professionaliseringsbudget van 3.150 euro per jaar (per 1 januari 2025). In overleg met je werkgever, kun je dit budget inzetten voor studieverlof en/of studiekostenvergoeding. Daarnaast kun je het inzetten voor dezelfde doelen als het standaard PDI-budget die hierboven staan genoemd. Gebruik je het budget niet, dan mag je het in overleg met je werkgever maximaal vier jaar opsparen. Als je het professionaliseringsbudget binnen vijf jaar niet hebt besteed, dan wordt het aan het algemene professionaliseringsbudget van school toegevoegd.

Als schoolleider ben je ook verplicht je in te schrijven, te registreren en herregistreren in het Schoolleidersregister PO. De jaarlijkse bijdrage hiervoor wordt door je werkgever vergoed.

Overgangsregeling BAPO

De PDI geldt als vervanging van de voormalige BAPO. De regeling voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid geldt daarom niet voor medewerkers die gebruik maken van de overgangsregeling BAPO. Deze overgangsregeling geldt voor medewerkers die op 30 september 2014 BAPO-verlof hadden. Maak je gebruik van de overgangsregeling BAPO, dan zijn de hoofdstukken 8A en 9 van de cao PO 2023 – 2024 van toepassing. Afhankelijk van je leeftijd zijn er drie mogelijkheden.

52 – 56 jaar

Medewerkers van 52 tot 56 jaar die op 30 september 2014 BAPO-verlof hadden, hebben maximaal vijf jaar lang recht op 130 uur overgangsbudget. Over deze uren betalen ze een eigen bijdrage van 40 (tot en met schaal 8) of 50 procent (vanaf schaal 9). Deze medewerkers mogen net als hun oudere collega’s de standaard 40 uur voor duurzame inzetbaarheid gebruiken voor verlof, zonder eigen bijdrage. Vanaf 57 jaar val je onder de PDI-regeling en ontvang je 130 uur voor oudere werknemers.

56 jaar

Werknemers van 56 jaar die op 30 september 2014 gebruikmaakten van de BAPO, krijgen de 40 uur die iedereen krijgt en de 130 extra uren voor oudere werknemers. Daarnaast krijgen zij 170 overgangsuren. Over deze overgangsuren betaal je 50 procent eigen bijdrage (40 procent voor medewerkers tot en met schaal 8).

57 jaar en ouder

Ben je 57 jaar of ouder en had je BAPO op 30 september 2014, dan behoud je tot je aow-leeftijd recht op het overgangsbudget van 170 uur. Over deze uren geldt een eigen bijdrage van 50 procent (40 procent bij salarisschaal 8 of lager).

Gespaarde BAPO-uren kun je gewoon opnemen. Hierover betaal je wel een eigen bijdrage van 35 procent (of 25 procent voor schaal 1 tot en met 8).

 

Deel dit bericht

Als eerste op de hoogte

41645 ambtenaren ontvangen al updates over de ontwikkelingen rondom hun salaris. (Ook voor onderwijs en zorg)

Nieuws


Volg ons


Overige informatie


Copyright © 2026 Ambtenarensalaris